Verhaal

Boris van Borne

Boris van Borne. Vondst van een wolharige mammoet.

 

Op 2 mei 1996 deed een kraanmachinist van het Waterschap Dinkel en Regge een bijzondere vondst. Bij het graven van een bergingsvijver in verband met de aanleg van een stuw in de Bornse beek stuitte hij op enkele grote botten. De kraanmachinist zag dat de botten ongebruikelijk groot waren, stopte zijn werkzaamheden en waarschuwde het Waterschap.

 

Wolharige mammoet

De gevonden botten werden meegenomen naar het kantoor van het Waterschap te Almelo en daar werden de deskundigen van het Natuurmuseum in Enschede te hulp geroepen. Het bleek te gaan om een scheenbeen, een opperarmbeen en enkele wervels van een wolharige mammoet van circa 34.000 jaar oud. Een nadere inspectie van de vindplaats leverde nog eens vijf wervels en een voetwortelbeen op.

 

Opgraving

De geraadpleegde deskundigen stelden voor om de vindplaats op een officiële manier te 
onderzoeken. Er werd een zogenaamde grid uitgezet: een stuk grond van 100 m2 werd om de meter afgezet met piketpaaltjes. Binnen het ontstane ruitjespatroon werd om de 5 cm voorzichtig een ijzeren pin in de grond gestoken. Zo ontdekte men nog veel méér botten. De medewerkers moesten dus op een vierkante meter 400 keer in de grond steken. Ondertussen kwamen veel belangstellenden naar de opgraving van de mammoet kijken. In totaal werden 64 botten opgegraven, de grootste vondst van een mammoet in Nederland. Ze lagen waarschijnlijk in een holte in de bodem van een beek. Helaas kwamen de grootste beenderen van de kop en het bekken niet tevoorschijn; die moeten zijn weggespoeld. De mammoet kreeg de naam Boris van Borne.

 

Skelet van een mammoet. Museum Naturalis Leiden. (foto: J.M. Mulders-Gordijn)

 

Tentoonstelling

Het Waterschap en de gemeente Borne zijn de gezamenlijke eigenaren van de mammoetresten. Zij besloten dat het Natuurmuseum de botten expositie-klaar zou maken. Het museum liet de botten drogen en impregneren en maakte er drie replica's van. De eerste tentoonstelling van het materiaal vond plaats in Borne. Ook was er een tijdelijke expositie bij de vindplaats, maar die kon maar kort duren, omdat de werkzaamheden moesten doorgaan.
Tegenwoordig heeft de Twentse Welle in Enschede de mammoetbotten in bruikleen. Het Waterschap Dinkel en Regge heeft op de vindplaats een mammoetboom (een sequoiadendron) geplant. De boomsoort kwam ook in de tijd van Boris van Borne al voor.

 

Jagers en verzamelaars

In deze periode van de steentijd was Twente een toendralandschap aan de rand van een groot gletsjergebied. Naast mammoeten leefden er onder meer elanden en rendieren. Bij graafwerkzaamheden bij het Dijkhuis zijn in de bodem van de Bornse beek botten van een eland en ook van een pony gevonden. In de steentijd verschenen ook de eerste mensen in de omgeving van Borne. Het waren jagers/verzamelaars die in familieverband leefden. Ze gingen op jacht, vingen vis en verzamelden onder meer vruchten en noten. Ze vestigden zich hier niet permanent, omdat het land daarvoor te drassig was. Ze trokken met de rendieren en elanden mee en leefden in tenten, gemaakt van dierenhuiden. Uit deze periode zijn onder meer een vuurstenen dolk gevonden op de plek waar de Azeler beek in de Bornse beek stroomt, een vuurstenen bijl tussen de Burenweg en de spoorlijn, en vuursteenafslagen en een dolkkling (circa 2.000 v. Chr.) in de Stroom Esch.

 

Annemie Mulders-Gordijn

Heemkundevereniging Borne

Reacties