Verhaal

Borne - Grutter en slijterij van Wezel aan de Bleek: Volharding, nostalgie en kennis van zaken onder één dak

Grutter en slijterij van Wezel aan de Bleek: 
Volharding, nostalgie en kennis van zaken onder één dak

Momenteel staat in de Oale Schöp een maquette opgesteld van de kruidenierswinkel en van de slijterij van de fa. van Wezel. Een stukje nostalgie waarvan men smult. Heimwee naar grootmoeders tijd. Wie kent niet de authentieke indeling. Te beginnen bij de toonbank waarbij de rode weegschaal alsook de koffiemolen meteen in het oog springen. Verder een rek met stolpflessen gevuld met allerlei snoepgoed en niet te vergeten de fraaie achterwand met de vitrines gevuld met uiteenlopend koopwaar. In een levensmiddelenbedrijf van weleer werd alles afgewogen waar de klant bij was. Van bruine bonen tot koffie en van grauwe erwten tot suiker en zout, veelal verpakt in een papieren zak.
Aanprijzingen om deze tentoonstelling alsnog te bezoeken zijn nooit weg. Mede daarom volgt hier een stukje geschiedschrijving over de markante winkel aan De Bleek. Het is Gerrit van Wezel zelf, die ons op een uitnodigende manier meeneemt naar vroegere tijden. In een appartement aan de Hofstede Crullstraat, waar hij woont met zijn vrouw, heb ik gesproken met een aimabele man, bovendien een rasverteller naar wie men graag luistert.

 

 

Van Albino naar Volharding
Gerrit begint zijn verhaal in 1922 toen het huwelijk plaatsvond tussen vader en moeder Van Wezel. Het kersverse echtpaar van toen startte aan de Nieuwe Kerkstraat, nummer 20, een kruidenierswinkel. Het is de plek waar nu Albert Heijn, weliswaar op een veel grootschaliger wijze, zijn producten slijt. Steven van Wezel ging in zee met de N.V. Albino Maatschappij, een bedrijf van joodse komaf, dat voornamelijk in de noordelijke provincies winkels bevoorraadde. Van Wezel was echter franchisenemer en dat betekende volkomen eigen baas.

Ondanks het feit dat in de twintiger jaren van de vorige eeuw Borne veel kruidenierswinkels kende liep de winkel van Van Wezel goed. In 1927 ging men zelfs voor nieuwbouw. Aan de Hofstraat 31-33 werd door de firma Geerligs uit Hengelo, die aannemer was - zoals Gerrit het vertelde - een oom van moeders zijde, een pand neergezet met twee winkels. Deze werden in 1928 geopend. 

 

 

Vader opende naast de kruidenierswinkel ook een wijnhandel. Hij was inmiddels depothouder geworden van de bekende Kempinski wijnen. Met de verhuizing naar het nieuwe pand eindigde niet lang daarna ook de samenwerking met Albino. Steven van Wezel noemde zijn winkel De Volharding. De Maatschappij kon dit maar moeilijk verkroppen en deed verwoede pogingen om in ons dorp een voet aan de grond te houden. In eerste instantie werd geprobeerd om Doeschot aan de Stationsstraat over te nemen, maar deze peinsde er niet over zijn zaak te verkopen.
Uiteindelijk startte Albino aan de Hofstraat – naast waar nu slagerij Rensink is gehuisvest – toch een winkel. Hier werd een chef opgezet en wel de heer Wessels uit Enschede. Dit was de vader van Ben Wessels die jarenlang aan de Grotestraat een delicatessenzaak had. Toen de oorlog uitbrak vertrok Albino (joods) noodgedwongen uit Borne. Na de oorlog verrees op deze plek de Centra winkel van H. Tijhuis.

 

 

Door de jaren heen
Het gezin Van Wezel kreeg twee zoons en één dochter. De beide zoons traden in de voetsporen van hun vader. Willie was al in de zaak toen ook Gerrit in 1949 zijn kruideniersdiploma behaalde.
Voorbeeldig vonden zij het zakelijk inzicht maar vooral ook de grote vakkennis van vader, die tot zijn 86-jarige leeftijd in de winkel werkzaam bleef. 

 


Zo weet Gerrit zich te herinneren dat zijn vader er niet voor terugdeinsde om, als het bijvoorbeeld ging om kaas, 1000 kilo ineens in te slaan. Zoals het een goede grutter betaamt wist hij precies hoe te handelen. Meikaas, ook wel graskaas genoemd – kaas van weidend vee – liet hij op een juiste manier rijpen om het van jong via belegen naar oud aan de klant te verkopen. Peulvruchten werden door Van Wezel senior al ingekocht voordat deze gezaaid werden. Diverse koffiesoorten werden door hem op een dusdanige manier gemengd tot hij een geurige melange met de perfecte smaak verkreeg, evenzo deed hij met thee.

Er moest hard gewerkt worden in de winkel, maar men ging ook met plezier de boer op om de boekjes op te halen. De boodschappen werden daarna met de transportfiets en later met de auto bij een trouwe klantenkring afgeleverd. 
Het was met name de gemoedelijkheid waarmee De Volharding zich staande wist te houden tussen supermarkten die zich ook in Borne gingen vestigen. 
In 1964 werd de vennootschap onder firma S. van Wezel en Zn. opgericht. 

 

 

Willie bleef de kruidenierswaren trouw, terwijl Gerrit zich meer en meer bekommerde om de slijterij. Hij verdiepte zich met veel elan in de wijn, in de wijnbouw in het bijzonder. Vele reizen maakte hij naar wijngebieden en bracht het uiteindelijk tot erkend vinoloog. Zijn opgedane kennis deelde hij maar al te graag. In de regio verzorgde de bevlogen wijnkenner vele cursussen.

Jarenlang verzorgde hij slijtersopleidingen door het gehele land. Daarnaast gaf hij een tijdlang ook les aan het Hanzecollege in Zwolle en aan de Hofkampschool in Almelo. Een en ander deed hij met plezier maar ook de slijterij bleef trekken.
De handelsgeest zat Gerrit blijkbaar in het bloed toen hij op een opmerkelijke wijze het merk Jan Doedel in handen wist te krijgen. Tijdens een autorit van Harderwijk naar Borne maakte hij een perfecte deal. Het leverde hem zijn eigen huismerk op. In de regio verwierf hij bekendheid met o.a. zijn Bornse kruidenbitter, ’t Opkikkertje met een eigen receptuur en bovendien verdiende hij naam en faam met het Twents Neutje. Zelfs de gemeente Borne was blij met Gerrit de slijter, want een borrel van Van Wezel werd ontzettend gewaardeerd als relatiegeschenk, zowel binnen als buiten de landsgrenzen.
In 1992 werd de kruidenierszaak De Volharding gesloten. De slijterij werd nog doorgezet tot 1995. Na een leven van hard werken gingen de beide broers genieten van hun vrije tijd. Gerrit verhuisde na het opheffen van de zaak naar Holten, maar inmiddels is hij al weer een paar jaar terug in zijn geboortedorp.


Tekst: Harry Filart 
Uit: Boorn en Boerschop, augustus 2010. Heemkundevereniging Borne

Reacties