Verhaal

Een textielstaking te Borne in 1903

Auteur: 
Jan Deckwitz

De  directeur van de Stoomspinnerij en Weverij, v.h. S.J. Spanjaard,  de “god van Boorn”, bepaalde omstreeks de eeuwwisseling 1900 in Borne de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer. Circa 750 werknemers waren toen van hem afhankelijk. In augustus 1903 bepaalde “de god”, dat het weekloon van de spoelsters zou worden verlaagd van ca. ƒ 5,00 naar ƒ 3,20. Ook kwam het in die tijd voor dat een aantal uren, soms een aantal dagen per week, niet kon worden gewerkt als gevolg van de onregelmatige toelevering van grondstoffen. Geen werk, dus ook geen loon! Dit pikte men niet en de spoelsters wilden hierover met de directie spreken. Op het verzoek werd niet ingegaan, men kon aan het werk gaan of naar huis. Een conflict was geboren!

Wat vooraf ging

In 1902 brak er weer eens een staking uit in de dekenweverij “de  Kremersmaten” van de fa. van Heek in Enschede. Oorzaak was het besluit om de lonen opnieuw te verlagen; een wever die één touw bediende kreeg ƒ 8,54 en dat zou nu ƒ 7,70 worden. De textielondernemers hadden hun krachten gebundeld in een 40 leden tellende fabrikantenvereniging, die het middel van uitsluiting hanteerde. Wie bij de één ontslagen werd, kwam bij de ander niet aan de slag. Om de productie gaande te houden werd werkvolk van elders aangetrokken. Een pakhuis werd tot pension omgetoverd om dit werkvolk onder te brengen. Vaak liep het Enschedese volk massaal te hoop om de (import)werkwilligen uit te jouwen. Vanuit het  gehele land kwamen duizenden guldens en ook voedsel binnen voor de Enschedese werklozen. Toch bleef het een zeer karig bestaan voor de arbeiders.

Een tijdsbeeld

Tijdens de eerste jaren van de 19 de eeuw was er in Borne nog geen sprake van een fabrieksmatige textielindustrie, men werkte van huis uit. In het voorjaar, zomer en begin van de herfst werkte men voornamelijk op het land. In de stille maanden werkten de mannen thuis achter een weefgetouw, de vrouwen als spinster. Daarnaast bewerkte men de eigen grond voor de dagelijkse kost. De producten werden door fabriqueurs (handelaars) opgekocht en soms werkte men in opdracht voor een fabriqueur.  Jan Bussemaker en later Jacob Spanjaard waren dergelijke fabriqueurs. Spanjaard verdiende “goed geld” en had omstreeks 1850 een eigen vermogen van zo’n ƒ 50.000,--. Hij bundelde de krachten door de thuiswerkers in zijn eigen onderkomen, de fabriek, te laten werken.  De aanvulling van het inkomen met een weefgetouw thuis werd een dagtaak van ca. 60 uren per week in de fabriek. In 1903 beschikte  Spanjaard over 730 weefgetouwen en over 775 werknemers, 45% mannen en 55% vrouwen. Gezien de lange werkdagen was bijverdienen elders niet aan de orde en werden de werknemers volkomen afhankelijk van het bedrijf. Hierdoor ontstonden steeds vaker sociale conflicten, een spanningsveld tussen werkgever en werknemer dat vooral werd veroorzaakt door internationale concurrentie. De fabrikant stelde zich steeds liberaler op en bepaalde het aantal te werken uren. Soms liep dit op tot meer dan 60 uren per week maar er waren ook perioden van 20 tot 30 uren per week. Dit betekende een grote onzekerheid voor de werknemer wat betreft zijn inkomen voor levensonderhoud. Ten aanzien van de loonvorming was er totaal geen bemoeienis van de overheid, de werkgever bepaalde  wat  goed was voor de werknemer.  Onrust was er al eerder geweest: de eerste staking in Twente dateert van 1835 in Losser.

Al hoewel de indruk bestaat dat het werk in Borne vooral werd bepaald door boerenarbeid, is dit niet juist. In 1899 was slechts 18% werkzaam in de landbouw en veeteelt, 32% werkte in de nijverheid, 8% in de kleding en reiniging, en 37% in de textiel. Het werk in de textiel verminderde tot 1930 naar 30% van  de beroepsbevolking. In de landbouw en veeteelt nam dit gering toe tot 23%. Plaatselijk gingen arbeiders zich organiseren in werkliedenverenigingen meestal uitgaande van de kerk  waartoe men  behoorde. In 1903 waren er in Borne twee werkliedenverenigingen, een christelijke en een  katholieke. In Enschede was in 1896 al eerder de Twentsche Christelijke Katoen-bewerkersbond Unitas  opgericht, waarbij sommige plaatselijke verenigingen zich aansloten. Ook werd schoorvoetend een aanzet gegeven tot het instellen van een spaarkas om leden in nood bij te staan. 

Het conflict in Borne

Begin september 1903 werden de spoelsters bij Spanjaard regelmatig naar huis gestuurd omdat er onvoldoende werk was. Tevens werd het weekloon van deze spoelsters teruggebracht van ƒ  5,-- of ƒ 5,50 naar ƒ 3,20. De meisjes wilden hierover met “mijnheer” spreken. Er werd hun echter te verstaan gegeven,  dat zij aan het werk moesten gaan of anders naar huis konden gaan. De meisjes vertrokken naar  huis.  De volgende morgen,ontvingen zij een brief met de mededeling dat, indien zij ’s middags, om kwart over één, niet aanwezig zouden zijn, zij als ontslagen werden beschouwd. Natuurlijk waren ze op tijd aanwezig, doch aangezien meneer op hun verzoek wederom niet te spreken was zijn zij heengegaan. Hierop volgde het ontslag.

Hulp van de vakverenigingen

Natuurlijk gaf het conflict en het vervolg de nodige consternatie in het dorp. De Chr. Werkliedenvereniging nam het voor de  meisjes op en belegde een vergadering. In de  Bornsche Courant van zaterdag 19 september 1903 is het volgende te lezen: Dinsdagavond 15 september werd er in het Gebouw voor Christelijke Belangen een openbare vergadering gehouden door gezamenlijke  vakverenigingen. De besturen hadden ook om een onderhoud gevraagd bij de directie van Spanjaard, maar dit verzoek werd niet gehonoreerd. Ter vergadering werd gevraagd of de meisjes op steun konden rekenen van andere werklieden, waarop  toestemmend  werd geantwoord. Ook werd gevraagd: Als andere meisjes gezegd werd het werk van de  spoelsters te verrichten, of deze het dan zullen doen?  Hierop werd met “neen” geantwoord. De ernst van de zaak onder ogen ziende, stelden de besturen dat de kalmte moest worden bewaard en dat de  actie niet als een lolletje werd beschouwd, en dat er ontegenzeglijk ernstige dingen aan verbonden waren. Een  collecte werd aanbevolen en vervolgens werd de vergadering gesloten.

Woensdagavond 16 september werd er, uitsluitend voor arbeiders en arbeidsters van beide fabrieken van Spanjaard, opnieuw een vergadering belegd, nu in het St. Josephgebouw. Er werd besloten dat van de zijde van de besturen een commissie zou worden benoemd die met de directie van de fa. Spanjaard zou  onderhandelen. Nadat andere meisjes weigerden de taak van de spoelsters in de fabriek over te nemen,  gelastte de directie van Spanjaard successievelijk andere meisjes het werk te doen, o.a. door oudspoelsters.  Maar ook zij weigerden,waarop ze op staande voet werden ontslagen. De volgende dag werd door  Spanjaard de volgende proclamatie aangeplakt: 

Wij voelen ons genoodzaakt mede te deelen, door de voortdurend scherpere verstandhouding tusschen ons en de verschillende werklieden – ontstaan door invloeden, die niet de ware belangen der arbeiders en patroons voorstaan – dat wij na rijp beraad tot het besluit zijn gekomen onder geen enkele voorwaarde  op bedoelde wijze door te werken, zoodat wij hiermeede onze arbeiders en arbeidsters mededeelen, dat heden over 8 dagen ’s avonds  6¾  uur  gestopt zal worden, dat dan de fabrieken niet weer zullen  worden aangezet en dat wij vanaf dat oogenblik onze werklieden als ontslagen beschouwen. Borne, 17 september 1903. (w.g.) Stoom Spinnerijen en – Weverijen v.h. S.J. Spanjaard

Door de dorpsomroeper werd donderdagmiddag 17 september medegedeeld, dat er een bijeenkomst zal zijn in het St. Josephgebouw voor belangstellenden, arbeiders en arbeidsters. De zaal is weer stampvol, zowel met meisjes als mannen. Voorzitter Grimberg deelt mee dat er nu een ander fase is ingetreden. Het beste is, kalm af te wachten, steun zullen we wel krijgen, ieder weldenkend mensch zal ons helpen.  Een spreker uit Enschede stelt dat hij als voorzitter van Unitas, ook geen gehoor kreeg op het verzoek om besprekingen te voeren. Wij hebben geen bescherming zooals de fabrikanten hunne Kamer van Koophandel, maar alleen onze vakvereeniging. Wij willen geen baas zijn, het kapitaal aan de patroons  laten, doch alleen een menschwaardig bestaan en meenen daar recht op te hebben. Aan het slot van zijn rede meent ook de spreker, alles kalm af te  wachten wat komen zou, zooals het Christen-arbeiders betaamt, en niet, zooals hij vandaag in Borne had gehoord, als vroeger wel eens is gebeurd, de handen te slaan aan anders eigendom. De  Bornsche Courant houdt de gang van zaken goed bij; gedurende vijf weken wordt wekelijks uitgebreid verslag gedaan van de bijeenkomsten van de werkliedenverenigingen. 

Op maandag 21 september worden arbeiders en belangstellenden uitgenodigd voor een vergadering in het St. Josephgebouw. De voorzitter, de heer Grimberg stelt dat zaterdag jl. nogmaals is getracht een onderhoud te  krijgen met de directie van de firma. Dit is niet gelukt, waarna een commissie van arbeiders is gevormd die zaterdag een onderhoud heeft gehad. Hij geeft het woord aan Schabbink, één van de commissieleden. Deze geeft aan, dat het onderhoud twee uur heeft geduurd en dat er over verschillende dingen is gesproken. Het was de heeren niet te doen om alle arbeiders te laten lijden, maar  er waren andere grieven, o.a. de pers, de organisatie en het brutaal optreden van sommige werklieden al sedert een geheelen tijd. De eerste indruk die wij kregen was goed en we dachten tot eene goede oplossing te komen. Maandagmiddag zouden we weder confereeren, doch kregen als antwoord dat de proclamatie wel zou worden uitgevoerd. Na nog heel wat besprekingen hebben wij tenslotte geantwoord,  dat de patroons het niet alleen met de arbeiders, maar ook met de meisjes moesten vinden en dat de  commissie zoowel hun belang als dat der arbeiders op het oog had. De commissie bestond uit Schabbink, Gervink, Varenhorst en Scholten.

Grimberg zegt: nu we het verslag van de commissie gehoord hebben, de patroons hun besluit dan ook maar moeten uitvoeren, hij hoopt dat aan het besluit, in het verleden genomen, “Eén voor allen en allen voor één” nog hechter zal worden vastgehouden. Ook hoopt hij dat de bazen en chefs zich hieraan zullen houden. Een van de werkbazen van Spanjaard, Kooiker is op staande voet ontslagen omdat hij solidair was met de  ontslagen werknemers.  Sanders voelt zich gedwongen, als voorzitter van de Katholieke Werkliedenvereniging ook enige woorden te  zeggen, niet over het ontslag, maar eenvoudig een enkel woord: hij hoopt dat de arbeiders met een Christen heldenmoed zullen strijden als de Transvaalse Boeren hebben gedaan. Het kan de bedoeling niet zijn alle arbeiders aan den dijk te zetten,  dat gaat niet, want we zullen eensgezind blijven. Ze hebben ons den oorlog verklaard; het kon wel eens een bloedigen oorlog  worden. Sanders haalt er nog allerlei andere zaken bij maar besluit met: ik wensch de bazen en chefs aandachtig te maken op de tien geboden: “hebt uw naasten lief als u zelven” en dus dat ze aan onze zijde behoren te staan. Ten  slotte  doet hij een beroep op de burgers om de werkliedenverenigingen te steunen. Steun komt er; er komt ƒ 25,50  binnen aan collecte.

Woensdag 23 september is er weer een openbare vergadering. Er staat politie aan de deur maar die hoeft niet in te grijpen. Zaken worden kalm besproken en afgedaan. Er zijn voor deze bijeenkomst enkele invloedrijke burgers uitgenodigd. Er wordt gezocht naar een modus om tot afspraken te komen. Gedetailleerd komen ook leden van de hulpdiensten van de fabriek aan de orde; timmerlieden, smeden, metselaars, draaiers en inpakkers. Het  conflict draait om de productiewerkers en dit staat centraal. Er wordt een “Commissie van  Uitgeslotenen”  ingesteld. In den loop van de dag zullen briefjes worden ingeleverd, waarop de namen van de uitgeslotenen, gehuwd of ongehuwd en dergelijke dingen meer. In een onderhoud, de volgende morgen bij de directie  aangevraagd, werd meegedeeld dat er ongeveer 100 man werken, voor ’t overige staat de fabriek stop, met uitzondering van een kleine fabriek aan de Deldensestraat.

Door de werkliedenverenigingen wordt besloten iedere dag bijeen te komen, aanvankelijk ’s avonds maar later ook ’s morgens vroeg, zodat ieder op de hoogte kan worden gesteld van de gang van zaken in het  overleg. Er komen steunbetuigingen binnen van verschillende landelijke organisaties. Een collecte door het dorp, brengt ruim ƒ 130,-- op.  Op woensdag 30 september is er om 8.30 uur weer een  bijeenkomst. Reeds in de verte klinkt een gezang in de oren. Grimberg opent de vergadering. Van de fabriek is er geen nieuws. Hij vraagt de goedkeuring van de vergadering om een adres aan burgemeester en wethouders te richten namens de arbeiders, om de kermis, die op handen is, te verschuiven of af te schaffen, opdat het Nederlandsche volk, die ons steun geeft, niet zeggen kan dat wij het geld onnoodig op de kermis verkwisten.

Een 20-tal arbeiders gaat naar Almelo en een 30-tal gaat naar Hengelo, om aan de fabrieken te collecteren. Vanuit de vergadering wordt gevraagd naar onderkruipers die toch werk uitvoeren voor de firma.  Er gaan hierover geruchten door het dorp. Eén van die geruchten is, dat personen die thuis doekjes zoomen, deze niet meer zullen krijgen als ze hun kinderen niet naar de fabriek zenden.  De vergadering wordt gesloten en onder het zingen van ”Wiens Neerlandsch bloed . . .” gaat men uiteen. De bijeenkomst op vrijdag 2 oktober wordt geopend met het zingen van het Bondslied. Bericht is ontvangen van RK. Werkliedenverbond in het Aartsbisdom Utrecht en van het Hoofdbestuur Chr.Nat. Werkl. Verbond dat ze moreel en financieel zullen steunen. Het is opgevallen dat de strijd zeer rustig verloopt in het dorp. De burgemeester is hiermee ingenomen en heeft toestemming gegeven om te collecteren. Patroons doen nog steeds moeite om arbeiders over te halen. Ook zijn er nog steeds geruchten van onderkruipers die werk uitvoeren voor de firma. De collecte in Hengelo heeft ƒ 97,-- opgebracht, in Almelo ruim ƒ 20,--, in Enschede ruim ƒ 100,--. Giften zijn gekomen van een R.K. priester uit Haarlem ƒ 2,50, van een dominee uit Delden ƒ 1,--.

Het volgende schrijven is aan de firma gezonden:

Aan de directie der Stoom Spinnerijen en Weeverijen voorheen S.J. Spanjaard te Borne, WelEdele Heeren, Bij dezen hebben wij ondergeteekenden de eer U mede te deelen dat wij de schriftelijke volmacht van al de ontslagen arbeiders en arbeidsters hebben om bij eventueele gevallen met de Directie in onderhandeling te treeden. (w.g.)  Het Organisatie Comité, G.J. Grimberg, Voorz., J.  Meulenbelt, 2e  voorz.,  B. Slettenhaar, Secr., J. Huls, penningm

Tijdens een bijeenkomst van de arbeiders op donderdag 8 oktober 1903 wordt bekend gemaakt dat bericht van Spanjaard is ontvangen om zondagmorgen (of als hiertegen bezwaar bestaat) maandagmorgen 9 uur op het fabriekskantoor te komen. Hierop is geantwoord: Maandagmorgen om 11 uur we zullen komen. De volgende punten worden tijdens de arbeidersbijeenkomst aan de orde gesteld:

1.  Vakorganisaties wordt door de Directie erkend. Niemand is er op tegen.
2.  Allen worden weder aangenomen en aan hun vroeger werk gezet. Hierover is nog al discussie. Sommigen willen verhooging loon, anderen zoo laten,omdat alles niet in eens kan, weer anderen merken op, dat de permanente commissie daarvoor zorgen kan enz. Tenslotte wordt dit punt aangenomen.
3.  In iedere afdeeling moeten loonlijsten worden opgehangen. Na discussie wordt ook dit punt aangenomen.
4.  Een permanente commissie aan te stellen, gekozen uit en door de arbeiders, die alles zal regelen. Aangenomen.
5.  Eene billijke vergoeding te geven voor het wachten op werk,dat langer duurt dan zes uren per week. Voor de wevers moet dit per getouw berekend worden,en mag niet minder bedragen dan het halve loon. Aangenomen.

De Zeer Eerwaarde kapelaan Heldring sprak daarna de vergadering toe en wees er o.m. op, dat men niet moet meenen alles zonder slag of stoot zal worden aangenomen. De strijd loopt tegen de organisatie en daarom meenden wij deze punten op den voorgrond te moeten stellen. Wil de Directie den goeden weg op, dan komen we tot gezonde toestanden. We hebben gelegenheid gegeven te onderhandelen, maar alles kan in eens niet in orde komen, daarom moeten we langzaam beginnen, dan komt alles terecht.

Op dinsdagmorgen 13 oktober 8.30 uur opent Grimberg de vergadering en zegt een onderhoud, dat 2½  uur heeft geduurd, uit het hoofd te zullen weergeven en als hij iets vergeet, zal één van de andere leden het wel aanvullen. Ze worden zeer vriendelijk ontvangen en evenzo uitgeleid. De  heer J. Spanjaard nam het woord en zeide, dat na het ontvangen van het schrijven van het comité hun doel was, hen te laten komen om aan de verstandhouding een einde te maken. De ingebrachte punten worden besproken en meerendeels geaccepteerd. Kooiker zal niet worden toegelaten. Op de vraag van het comité of de Directie op hun standpunt omtrent het ontslag Kooiker  blijft staan, wordt “op het ogenblik, ja” geantwoord.

De Directie stelt zich voor over te gaan tot het instellen van een fabrieksraad, binnen drie maanden, uit en door werklieden gekozen. Van loonlijsten wil de Directie nog niet weten, dat kon tot “verschillende ontevredenheid” aanleiding geven en ze zag ook niet in welk voordeel er voor de werklieden in zat, wat evenwel door het comité werd verdedigd. De vergoeding: hierover wilde de Directie nog geen belofte geven, doch meende dat de fabrieksraad er voor kon zorgen. Na de opening van een vergadering op woensdag 14 oktober deelt Grimberg mee, dat het laatste onderhoud met de Directie, ernstiger was geweest dan de vorige dag, dat men zelfs dikwijls scherp tegenover elkander heeft gestaan. De opgestelde punten werden door de Directie verder aangescherpt.

Op vrijdag wordt er een stemming gehouden over de bijgestelde punten die aan de directie worden voorgelegd: 

  1.  niemand vanwege zijn betrekking tot de organisatie te bemoeilijken; 
  2.  allen kunnen weer aan het werk gaan, behalve baas Kooiker,die verklaard heeft zich terug te trekken;
  3. een permanente commissie zal worden ingesteld, waarmede de firma bereid is overleg te plegen omtrent het ophangen der loonlijsten en wachtgelden. Men is van oordeel dat hiermede voor een deel de gestelde voorwaarden zijn ingewilligd; vertrouwend dat de firma zich aan het gegeven woord zal houden, wordt besloten, maandag aanstaande op de aangeboden voorwaarden aan het werk te gaan.

Over deze motie is in de namiddag een geheime stemming gehouden van personen boven de 16 jaar, de uitslag is: van de 387 uitgebrachte stemmen hebben zich 289 vóór en 98 tegen de motie verklaard, 1 blanco. Er waren 522 arbeiders en arbeidsters bij het comité ingeschreven, waarvan 99 beneden 16 jaar, dus 423 kiezers, waarvan 36 niet gestemd hebben. Dit resultaat zal aan de Directie worden medegedeeld. Grimberg en Verveld drukken daarna de vergadering op het hart een les uit deze beweging te trekken  door zich te organiseren, zoowel als een weerstandskas op te richten.  

De uitkeringen deze week zijn als volgt: gehuwde mannen van ƒ 2,50 tot ƒ 4,50; ongehuwde mannen ƒ 2,--; hulpwevers, ƒ 1,--; meisjes ƒ 1,-- kostwinners gemiddeld ƒ 2,50. De collectes hebben opgebracht: Borne,       ƒ 132,--; Enschede, ƒ 147,--; Delden, ƒ 30,-- Oldenzaal, ƒ 68,--; Hengelo, ƒ 116,-- . Uit het gehele land zijn persoonlijke giften binnen gekomen van ƒ 1,-- tot ƒ 75,00, totaal ongeveer ƒ 1200,--.

De rust weergekeerd

Op maandag 19 oktober wordt het werk weer opgepakt. De fabrieksraad is er na zes weken gekomen, maar dat wil niet zeggen dat de rust is weergekeerd.  Bij de eerste bijeenkomst, maar ook bij volgende bijeenkomsten van de fabrieksraad worden de leden van een dikke sigaar voorzien voordat er wordt gesproken. De directie weet haar zin over het algemeen goed door te drijven waardoor arbeiders zich op den duur smalend over de fabrieksraad uitlaten. B en W van Borne waren gedurende de stakingsperiode alert. Op voorhand had men politieondersteuning aangevraagd en verkregen. De marechaussee (te paard) was met twee man in het dorp maar ze hebben niet hoeven in te grijpen. In 1922 en 1923 braken opnieuw een aantal stakingen uit. Middels landelijke vakverenigingen werden uiteindelijk de arbeidsvoorwaarden geregeld. 

Bronnen:

- Textiel Historische bijdragen: jaarverslag over 1969
- Fabriqueurs en Fabrikanten, 1983, Dr. E.J. Fischer
- Verslagen uit de Bornsche Courant van 4 september, 11 september, 19 september, 26 september, 4 oktober, 11oktober en 19 oktober 1903
- Het Hengelosch Dagblad van 28 september 1903.
- Ach lieve tijd. Duizend jaar Twente, de Twentenaren en hun industrie. Uitgegeven door Uitgeverij Waanders BV Zwolle

Dit artikel is reeds eerder gepubliceerd in BOORN en BOERSCHOP van april 2009

NB: Ook interessant om te lezen het artikel in de canon van Borne over de Werkliedenvereniging

Reacties