Verhaal

Graaf Sigismund van Heiden Hompesch. Drost van Twente

Auteur: 
Jan Deckwitz

In de 18e-eeuw werd het land, zowel landelijk als regionaal, geteisterd door politieke twisten. De aanstelling van personen in ambtelijke functies werd meer bepaald door persoonlijke relaties en voorkeur dan door bewezen bekwaamheid. De functies waren weliswaar goed omschreven maar in de uitoefening werd toch vaak misbruik gemaakt van de positie. “Drost” was bijvoorbeeld zo’n functie.

Een vaak aangehaalde functionaris in Twente is Sigismund Vincent Gustaaf Lodewijk graaf van Heiden Hompesch. Hij was drost van Twente van 1769 tot 1786 en hij ging ver in ambtsmisbruik. Wie was deze man, waar haalde hij zijn macht vandaan, wat was zijn achtergrond?

De functie van drost

Het ambt van drost heeft bestaan vanaf 1207 en werd in 1811 opgeheven. De aanduiding “drost” komt in de 15e eeuw in zwang; daarvoor waren plaatsgebonden meerdere namen in gebruik. In de loop van de 18e eeuw komt ook de naam van “schout”(1) of “baljuw” in ambtelijke stukken voor. Schout is de benaming die vooral in Holland werd gebruikt, baljuw in Utrecht en het zuiden van het land. De drost was de plaatsvervanger van de landsheer, de stadhouder prins Willem van Oranje en hij werd dan ook door hem benoemd. De taken van de drost waren:

  • handhaving van de openbare orde en veiligheid
  • rechtspraak in civiele en strafrechtelijke zaken
  • politiek leiderschap van Ridderschap en Steden
  • militaire handhaving van de wereldlijke macht van de landsheer

De taken en bevoegdheden op het terrein van rechtspraak, bestuur en Overijsselse politiek leverden veel invloed, macht en aanzien op en zorgden ervoor dat het lucratieve ambt van drost onder de adel van Twente zeer gewild was. De drost onderhield nauwe contacten met de landsheer en gold als diens vertrouwensman in de provincie, de streek of de stad. In de tweede helft van de 18eeeuw werd het land geteisterd door politieke twisten. De politieke machtspositie van de Overijsselse Ridderschap en Steden werd meer en meer aangevochten. Een belangrijk twistpunt was de vraag of vrije boeren aan de drost bepaalde diensten verschuldigd waren. Door hun verzet tegen afschaffing van deze zogenaamde “drostendiensten” raakten de drosten betrokken bij de landelijke politieke strijd tussen prinsgezinden en patriotten(2). Nadat de Bataafse Republiek (1796-1806) tot stand was gekomen als gevolg van de Franse inval werd op 1 maart 1811 het ambt van Drost opgeheven.

Het geslacht Van Heiden Hompesch

De Van Heidens waren afkomstig uit Kleef in Duitsland. In 1716 kwamen zij door vererving in het bezit van het huis en de goederen in Ootmarsum. Op grond van deze Twentse bezittingen kreeg Fridrich Johann Sigismund toegang tot het Ridderschap van Overijssel. Vanaf 1747 vertegenwoordigde hij Overijssel ter Staten-Generaal en in 1754 werd hij drost van Twente waarmee hij tevens de belangrijkste vertrouweling van het hof werd.

Door de positie die zijn vader had verworven, waren de vooruitzichten van Sigismund Vincent Gustaaf Lodewijk (geboren in 1731) zonder meer gunstig te noemen. Vanaf 1746 studeerde hij aan de Leidse hogeschool en vervolgens aan de universiteit van Straatsburg. Van een ongehuwde oom (broer van zijn moeder) erfde hij een buiten in het Limburgse Stevensweert. In 1752 huwde hij de Duitse barones Anna Sophia Dorothea Reichsfreiin van Riedesel zu Eisenbach und Hermannsburg (1727–1803). Uit het huwelijk werden negen kinderen geboren, waarvan twee zoons en vijf dochters de volwassen leeftijd bereikten . Hij vestigde zich op zijn Limburgse landgoed. In 1755 kwam er een einde aan dit relatief teruggetrokken bestaan: in maart werd hij toegelaten tot de Ridderschap van Overijssel en volgde hij zijn vader op als afgevaardigde ter Staten-Generaal. Hij betrok een woning in Den Haag aan de Fluwelen Burgwal. Bijna vijftien jaar had hij zitting in de Generaliteitsvergadering, in welke periode hij zich energiek inzette. Bij het overlijden van zijn vader werd hij in 1769 door de stadhouder prins Willem V tot diens opvolger als drost van Twente benoemd.

Drost van Heiden Hompesch

Sigismund Vincent Gustaaf Lodewijk Van Heiden Hompesch verliet Den Haag en vestigde zich in Ootmarsum. Als drost werd hij, evenals zijn vader voorheen, de belangrijkste informant en adviseur van de prins inzake alle politieke en bestuurlijke aangelegenheden in Twente. Hij slaagde erin, zowel aan de ridderschap als aan enkele steden in het gewest, zijn wil op te leggen. In de jaren zeventig en tachtig van de 18e eeuw gold Van Heiden Hompesch dan ook als de machtigste man in Overijssel. Door zijn krachtige, heerszuchtige en autoritaire persoonlijkheid maakte hij in Overijssel lange tijd de dienst uit. Zijn ondergeschikten hadden veel te lijden van zijn willekeur en dwingelandij. Berucht was de wijze waarop hij de rooms-katholieken, die in Twente de meerderheid van de bevolking uitmaakten, wist te onderdrukken. Het geringste incident of de kleinste overtreding was voor hem een aanleiding de gelovigen zware boetes op te leggen of hun kerkschuren te sluiten. Dit hardvochtige optreden bezorgde Van Heiden Hompesch een slechte naam in Den Haag. 

Berucht werd Van Heiden Hompesch door de wijze waarop hij de plattelandsbevolking dwong tot het verrichten van de zogeheten drostendiensten of tot het afkopen hiervan. Hij schrok er niet voor terug de boeren midden in de oogsttijd voor hem te laten werken of (geheel in strijd met de voorschriften) met hun wagens naar de nabijgelegen Duitse gebieden te sturen om goederen voor hem op te halen. Twee maal per jaar was eenieder verplicht om voor de drost van zijn gebied gratis arbeid te verrichten, het algemeen belang dienende. Maar als de drost de hoogste ambtenaar was, recht sprak en de absolute macht namens de stadhouder bezat, maakte hij wel uit wat algemeen belang was. Zo gaf hij midden in de zaai- en/of oogsttijd rustig opdracht om voor hem turf te halen, zes uur gaans. De boeren die hun paarden de hele dag gebruikt hadden en danig vermoeid waren, gunden hun voornaamste bezit, de paarden, een nacht rust. Dat was tegen het zere been van graaf Van Heiden Hompesch, die daar dus geen genoegen mee nam en de boeren een boete gaf van 8 gulden. En dat in een tijd dat een landarbeider 8 stuiver per dag verdiende. Midden in de zomer had men echt geen turf nodig voor de kachel.

Omstreeks het midden van de jaren tachtig zag Van Heiden Hompesch zich gedwongen zijn houding wat te versoepelen. Steeds vaker moest “Colossus”, zoals zijn tegenstanders hem noemden, met tegenzin toegeven. Toen de politieke crisis in 1787 haar hoogtepunt bereikte, voelde hij zich zelfs zo in het nauw gedreven dat hij tijdelijk zijn toevlucht over de grenzen zocht.

Het einde

Van Heiden Hompesch was toen geen drost van Twente meer. In 1786 had hij promotie gemaakt en kwam hij aan het hoofd te staan van Salland, het belangrijkste kwartier van Overijssel. Slechts vier jaar heeft hij zijn nieuwe functie uitgeoefend. Op een zomerse middag in 1790 was Van Heiden Hompesch aan het vissen in een van de fraaie vijvers rond zijn landgoed, het Huis Ootmarsum, toen hij door een beroerte werd getroffen. Hij overleed ter plaatse, hetgeen door weinigen werd betreurd.

(1) In Holland kwam de functie van schout overeen met die van drost. In het oosten van het land, dus ook in Twente, was schout een ondergeschikte van de drost.  

(2) In de tweede helft van de 18e eeuw waren drie groeperingen actief op het gebied van de landspolitiek: de aristocratische patriotten, te zien als oppositionele regenten, de democratische patriotten, te zien als vertegenwoordigers uit het volk en de prinsgezinden die onvoorwaardelijk de prins van Oranje steunden.

(3)Het Huis Ootmarsum stond oorspronkelijk op de plaats waar nu het openluchtmuseum gevestigd is. De laatste Koper werd J. Palthe die het gebouw voor Fl. 3.500,- kocht en het complex in de periode tot 1833 met de grond gelijk heeft gemaakt. 


Bronnen:

*Dit artikel verscheen eerder in “Boorn en Boerschop”, 2007, nr.1

Reacties